Laatste ronde voor Heineken-loods

Beeld: Flickr CC BY-SA 2.0 / Kees Jonker

Beeld: Flickr CC BY-SA 2.0 / Kees Jonker

De loods waar Freddy Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer in november 1983 na hun kidnap drie weken werden opgesloten, staat op het punt te verdwijnen. Als het aan de gemeente Amsterdam ligt gaat de loods nog liever vandaag dan morgen tegen de vlakte.

‘Alle Romneyloodsen moeten weg van de gemeente. Maar al die andere loodsen op dit terrein staan er nog. Ik krijg sterk het vermoeden dat ze alleen van deze loods af willen omdat Heineken hier vast heeft gezeten.’ Aan het woord is Nico Schaaf junior, eigenaar van Gritstraal BV en de huidige eigenaar van de loods waarin Freddy Heineken en Ab Doderer tijdens hun ontvoering in 1983 drie weken lang gevangen hebben gezeten. De gemeente Amsterdam wil al sinds 2006 van de beruchte loods op het industrieterrein Heining aan het Westelijk Havengebied af. Er dreigt zelfs sloop. De gemeente wil naar eigen zeggen de buurt opknappen. En wie een rondje over het kleine industriegebied maakt, zal wel begrijpen waarom. Overal ligt rommel en rotzooi. Dat het om een ruige omgeving gaat, mag wel duidelijk zijn: in een straat achter de beruchte loods staat bij een andere loods een groot kruis met een kunststof skelet eraan gekruisigd. Nico Schaaf junior: ‘Ze zeggen dat ze willen fatsoeneren, maar er is verder op het terrein nog niets gebeurd.’

Bijna op de klok af drie weken zat Alfred Henry (Freddy) Heineken in de loods opgesloten. Wanneer Panorama rondkijkt in de cel van de biermagnaat is het er koud, klam en vochtig. De muren van de slechts enkele vierkante meters grootte cel zijn kaal, met uitzondering van een verdwaald spinnenweb hier en daar. Op de vloer een doorgesleten matras. Het is hetzelfde matras als hetgeen waar Freddy Heineken op sliep van 9 tot 30 november 1983, nadat hij door Cor van Hout, Willem Holleeder, Frans Meijer, Jan Boellaard en Martin Erkamps werd ontvoerd. De prijs voor zijn leven (en dat van zijn tegelijkertijd ontvoerde chauffeur Ab Doderer) bedraagt 35 miljoen gulden. Heineken betaalt. De ontvoerders vluchten, maar Heineken en Doderer worden uiteindelijk toch gevonden door de Amsterdamse recherche.

Precies twee maanden na de afloop van de ontvoering kocht de vader van Nico Schaaf junior de loods, inclusief het kantoor en de bijbehorende timmerfabriek over van Heineken-ontvoerder Jan Boellaard. De reden van de aankoop: het zandstraal- en schilderbedrijf van Schaaf senior, dat twee deuren verder zat, wilde de loodsen gebruiken om uit te breiden. ‘Via Jacob K., een makelaar die kantoor hield in het pand van Jadu BV, kwamen we in contact met Jan Boellaard, die toen al in de gevangenis zat. Er stond een huurschuld op de grond, die eigendom was en is van de gemeente Amsterdam. Als mijn vader de ruimte wilde gebruiken moest hij die schuld overnemen. Dat heeft hij gedaan. En er is ook een financiële deal gesloten met Boellaard.’ Gritstraal BV mocht de loods pas een jaar na aankoop in gebruik nemen. Tot die tijd zat er een politieslot op de deur, omdat de politie overwoog de cellen te gebruiken voor een reconstructie van de ontvoering. Die reconstructie is er uiteindelijk nooit gekomen.

De cellen van Heineken en Doderer hebben het al die jaren overleefd. Inclusief matrassen en chemische toiletten. De kettingen waaraan de biermagnaat en zijn chauffeur gedurende hun verblijf geketend waren, zijn dan wel verdwenen. Maar de plek waar de kettingen in de muren zaten zijn nog goed zichtbaar. Zelfs de geluidsbox waar tijdens de ontvoering steeds maar weer diezelfde Duitse muziek door klonk is er nog. Sterker nog: tijdens het bezoek van Panorama wordt er eenzelfde bandje met Duitse muziek opgezet. Dat de cellen er nog zijn, is volgens Schaaf junior puur toeval. ‘Mijn vader heeft de loods ook zeker niet om die reden gekocht. Gritstaal BV had een verfbunker nodig. Een plek waar licht ontvlambare verf bewaard kon worden. Dat was bij wet verplicht. Daar gebruikten we uiteindelijk de cellen voor.’ Ook de rest van de Romneyloods wordt na de aankoop gebruikt als opslagruimte. Net als nu overigens. Uiteindelijk blijven de cellen gedurende de jaren toch niet helemáál ongeschonden. De cellen gingen te tijden van de ontvoering verstopt achter een blinde muur, die door Jan Boellaard in elkaar werd getimmerd. De muur was zo goed afgewerkt dat de in de muur verwerkte geheime deur voor het oog onzichtbaar was. Op de dag van de bevrijding van Heineken en Doderer werd de deur uiteindelijk pas ontdekt na klopsignalen van de recherche. Sindsdien is het onderste deel van de blinde muur gesneuveld. ‘Dat was noodzaak voor ons,’ vertelt Schaaf aan Panorama. ‘Zo konden we sneller en gemakkelijker bij de verf.’ Het onderste deel van de blinde muur naar de cellen is in 2003 wel weer opnieuw opgebouwd.

Het idee om een museum te maken van de Romneyloods komt van Freddy Heineken zelf. ‘Heineken is hier destijds nog wel eens geweest. Een paar jaar nadat we de loods gekocht hadden. Het precieze jaartal weet ik niet meer. Hij maakte toen nog een dolletje. Hij vond dat we de loods om moesten bouwen tot museum. Dan zet ik een paar tapjes neer, grapte hij. De zes mannen van zijn privé-beveiliging die met hem meeliepen vonden het niet zo grappig.’ Tijdens dat bezoek neemt Heineken een stukje papier van een wc-rol mee. ‘Hij vertelde dat hij tijdens zijn ontvoering wc-papier tussen zijn pols en de handboeien deed om de pijn wat te verzachten.’ Schaaf junior speelt na het bezoek van Heineken wel even met het museumidee. Maar daar blijft het bij: een idee. Totdat Schaaf in 2003 in contact komt met de Friese crimewatcher Sjerp Jaarsma, die een toeristische bustour wil opzetten die is gebaseerd op de Heineken-ontvoering. Jaarsma (die volgens kenners meer weet over de ontvoering dan de ontvoerders zelf) organiseert dan in Amsterdam de Heineken Kidnap Tour; een 2,5 uur durende bustour langs de plekken die een belangrijke rol speelden in de ontvoering. En daarin kunnen de cellen van Heineken niet ontbreken. Zodoende doet de loods van november 2003 tot december 2006 toch dienst als museum. Geld werd er met het ontvoeringsmuseum overigens niet verdiend, volgens Nico Schaaf junior: ‘Ik heb nooit geld willen verdienen over de rug van Heineken en Doderer’

In juni 2006 krijgt Schaaf junior nog onverwacht bezoek. Frans Meijer rijdt, samen met zijn dochter, langzaam voorbij de loods. Hij stopt om een praatje te maken. Telkens wanneer het gesprek in de richting van de ontvoering gaat, maakt Meijer aanstalten om te vertrekken. Hij vertelt Nico Schaaf dat hij eigenlijk alleen op het terrein is omdat hij op zoek is naar een lasser voor een kapotte bureaustoel, die achter in zijn auto ligt. Schaaf jr. biedt aan deze voor hem te repareren. De mannen spreken af dat Meijer de bureaustoel achter laat en hem op woensdag 21 juni 2006 om 11.00 uur komt ophalen. Een uur eerder dan afgesproken verschijnt Meijer bij de loods, samen met zijn oude gabber Jan Boellaard. De Poes draagt een enkelband van de politie, omdat hij het laatste deel van een nieuwe celstraf -na een schietpartij waarbij een douanier om het leven kwam- thuis mag uitzitten. De twee ontvoerders krijgen een rondleiding door de loods en de cellen. Wanneer ze de expositieruimte in de loods betreden, grappen ze tegen elkaar: ‘Kijk, we zijn beroemd.’

Strijd met gemeente
De Heineken Kidnap Tour ligt nu sinds begin 2007 stil. ‘De grond waarop mijn bedrijf gevestigd is, is eigendom van de gemeente Amsterdam,’ legt Nico Schaaf junior uit. ‘Die grond pachtte ik, met een huurcontract van vijftien jaar. Na het verstrijken daarvan wordt de huurovereenkomst voortgezet voor onbepaalde tijd. Dat was de afspraak tenminste.’ In 1998 gaat de huurovereenkomst die Schaaf met de gemeente sloot inderdaad over tot een overeenkomst van onbepaalde tijd. Tot de gemeente in 2006 het contract alsnog wil opzeggen. In een brief aan Schaaf stelt de gemeente dat de loods voor 1 juli moet zijn afgebroken. ‘Bovendien mag de loods nergens anders in de stad worden opgebouwd,’ aldus de brief. Voor Schaaf begint een strijd met de gemeente. ‘Ik mag in feite kiezen: of de loods gaat weg, of mijn contract wordt niet verlengd. En dan ben ik alles kwijt. Dan ontruimen ze me. Ook de rest van de 4000 vierkante meter die ik hier van de gemeente pacht.’ Het weghalen van de prefab loods is volgens Schaaf de moeite niet. ‘Zo’n loods kun je in een week tijd met twee man afbreken.’ Het gaat hem om het principe. ‘Ik heb de opslagruimte nodig. Ik heb nog geprobeerd het bedrijf te verkopen, maar niemand wil het nu hebben. Ze maken me failliet.’

Heineken tour-operator Jaarsma probeert in 2008 de vernieling van de loods te voorkomen. Hij maakt onder andere een kalender van de Heineken-ontvoering; de Heineken Kidnap Kalender. Met de opbrengst daarvan hoopt hij de loods te kopen en deze te kunnen verhuizen. Jaarsma: ‘Ik heb er alles voor over om hem te verplaatsen, want zo’n stukje historie mag natuurlijk nooit verdwijnen.’ Ook Nico Schaaf junior heeft eraan gedacht de loods te verhuizen. Dan maar naar een andere plaats dan de gemeente Amsterdam. ‘Maar dat wordt te duur. De kosten gaan dan ergens in de 20.000 tot 30.000 euro lopen. Ik vind het een onlogisch verhaal. Er staan hier in de omgeving nog genoeg andere Romneyloodsen en daarvan is er nog geen eentje afgebroken. De gemeente wil gewoon van deze loods af om Heineken. Koste wat kost.’

Ter verdieping

Drie weken cel
Op 9 november 1983 wordt biermagnaat Alfred ‘Freddy’ Heineken pal voor de ingang van zijn kantoor -bijnaam Het Pentagon- aan het Tweede Weteringplantsoen in Amsterdam overvallen. Heineken en diens chauffeur Ab Doderer, worden op de vloer van een bestelbusje gesmeten en met een rotgang naar een loods aan de Heining gebracht. Drie weken lang verblijven ze beiden in kleine kamertjes, die achterin de romneyloods gemetseld zijn. Ondertussen proberen de ontvoerders, Cor ‘Flipper’ van Hout, Willem ‘Neus’ Holleeder, Frans ‘Stekel’ Meijer, Jan ‘Poes’ Boellaard en in mindere mate Martin ‘Remmetje’ Erkamps, het geëiste losgeld zo snel mogelijk los te krijgen. Het hele land leeft mee en houdt de adem in, tot het moment dat Heineken en Doderer eindelijk gevonden worden, op 30 november.

Dit artikel verscheen eerder in panorama