‘Twitter zal onze hersenen niet flamberen’

Beeld: Public Domain

Beeld: Public Domain

Vrees voor alles wat nieuw is zit in onze aard. Maar die vrees is hartstikke ongegrond, zegt de Amerikaanse journalist Nick Bilton. Gelukkig lost het probleem zich vanzelf op: “Uiteindelijk zal gebruiksgemak angst altijd overwinnen.”

De uitvinding van de telefoon in 1876 zou ervoor zorgen dat concertzalen en kerken leeg zouden lopen. “Waarom zouden mensen de deur nog uit gaan als muziek en de preek van de pastoor gewoon via de telefoon naar je toegebracht kunnen worden?”, schreef een bezorgde lezeres in maart van dat jaar in een brief aan The New York Times. De klacht van deze lezeres is exemplarisch voor de reacties op willekeurig welke nieuwe uitvinding. Ook de fonograaf, de drukpers, de trein, de televisie, stripboeken, internet en games zouden de wereld ‘zeker weten’ gaan verpesten. The New York Times-journalist Nick Bilton onderzocht onze angst voor nieuwe technologieën en schreef er een boek over: I live in the future & here’s how it works.

De televisie zal onze hersenen laten wegrotten en Twitter en andere sociale netwerken zullen ons verstommen en onverschillig maken. Zomaar een greep uit de voorbeelden in uw boek. Waar komt al die angst toch vandaan?
“Bang zijn voor het onbekende hoort bij de mens. We voelen ons op ons gemak bij de dingen die we al kennen en we maken ons zorgen dat die prettige positie verandert wanneer er iets nieuws bij komt. We zijn bang dat al die nieuwigheid alles om ons heen zal beïnvloeden. Bepaalde technologische ontwikkelingen zijn voor sommige mensen zo shockerend dat ze zich zelfs zorgen maken dat de bewuste ontwikkeling het einde kan inluiden van de wereld zoals wij hem kennen. We hebben die ervaring bijvoorbeeld gehad met de televisie, de telefoon en de trein: elke keer als er een nieuwe techniek bij komt, hoort daar een angst bij.”

Alle technologische ontwikkelingen gaan dus gepaard met angst. Zo zouden videogames de hersenen van onze kinderen beschadigen en zou Google onze hersenen doen slinken omdat ze minder geprikkeld zouden worden. Maar dat is niet gebeurd, toch?
“Klopt. Een van mijn favoriete voorbeelden is de komst van de trein. Toentertijd werden er zelfs boeken geschreven waarin stond dat de hersenen van mensen die sneller zouden reizen dan 30 kilometer per uur zouden exploderen. De treinen zouden er ook voor zorgen dat gewassen niet meer zouden groeien en dat koeien geen melk meer zouden geven. Dat vond ik zelf erg grappig om te lezen. Toen mensen daadwerkelijk met de trein gingen reizen, bleek er niks aan de hand te zijn. Mensen waren gewoon bang dat de trein de wereld zou veranderen. En dat heeft-ie ook gedaan, maar dat is niet per se een slecht iets geweest. Ik denk dat we over vijftig jaar precies hetzelfde zullen zeggen over de nieuwe ontwikkelingen waar mensen nu bang voor zijn. Dan lachen we waarschijnlijk om mensen die dachten dat onze hersenen zouden wegkwijnen door het gebruik van e-mail.”

Toen pinautomaten voor het eerst in het straatbeeld verschenen, werd gedacht dat ze niet te vertrouwen waren. Veel mensen waren volgens uw boek extreem nerveus bij het gebruiken van zo’n machine. Maar nu zouden we niet anders meer willen. Zijn we niet gewoon bang voor nieuwe technologieën totdat we ze beter kennen?
“Het is denk ik meer zo dat mensen zich erbij op hun gemak moeten voelen. Hoe meer je op je gemak bent, hoe sneller je iets zult accepteren. Maar je raakt alleen vertrouwd met een nieuwe technologie als je jezelf toestaat om die te verkennen. Als we veranderingen niet accepteren, zal dat de innovatie stoppen. En dat is ook meteen het grootste gevaar van angst voor nieuwe technologie. Veel tijdschriften noemden internet bijvoorbeeld een rage die niet zou blijven plakken. En sommige wetenschappers zeggen dat je niet op een e-reader moet lezen, omdat het slecht is voor je ogen. Maar als je verder kijkt, zul je zien dat die onderzoeken nergens op zijn gebaseerd en zul je begrijpen dat bijvoorbeeld het lezen van een krant op een e-reader maar een kleine verandering is. Maar het kost tijd voordat we zover zijn. Uiteindelijk zal gebruiksgemak angst altijd overwinnen.”

Is dat ook wat u hoopt te bereiken met uw boek? Probeert u de angst voor het onbekende weg te nemen?
“Er zijn zoveel mensen die denken dat nieuwe techniek slecht is voor hun gezondheid, of voor hun kinderen. Terwijl dat dus helemaal niet waar is. Twitter zal onze hersenen niet flamberen en games veranderen onze kinderen niet in zombies. Sterker nog: er komen geweldige dingen voort uit nieuwe technologieën. Neem videogames. Uit neurologisch onderzoek blijkt dat die eigenlijk heel erg goed zijn voor kinderen. Maar veel volwassenen gaan er nog steeds van uit dat dat niet zo is, alleen maar omdat ze er zelf geen plezier aan beleven. De realiteit is dat games de hersenen van kinderen enorm stimuleren. Kinderen die gamen zijn bijvoorbeeld veel beter in het maken van toetsen. In de media horen we vooral de negatieve verhalen over nieuwe technieken. Met dit boek wil ik een tegengeluid laten horen. Ik wil voor de verandering eens focussen op de positieve kanten. Want die zijn er in overvloed.”

Een van de grootste techno-angsten van nu is dat mensen vrezen voor een informatie-overload in de nabije toekomst. Er komt zoveel informatie op ons af, van alle kanten, dat het onmogelijk lijkt om dat allemaal te verwerken. Er zitten immers maar zoveel uren in een dag. Zal informatie-overload inderdaad tot problemen gaan leiden?
“Niet als we de juiste filters creëren. Kijk maar eens naar de begintijd van boeken. Toen had de grootste bibliotheek in Europa ongeveer driehonderd verschillende boeken. Nu heeft diezelfde bibliotheek meer dan zeven miljoen boeken. Maar wanneer we een bibliotheek of boekhandel binnenlopen, flippen we niet. We raken niet in paniek omdat er zoveel boeken zijn. En dat komt omdat we filters hebben gecreëerd. We zoeken bijvoorbeeld een boek in een bepaalde categorie of van een bepaalde schrijver. Al deze filters zijn een manier om ervoor te zorgen dat we ons niet overdonderd voelen. We moeten nog een beetje uitzoeken hoe we zulke filters voor het web kunnen creëren, vooral als het om sociale media gaat. Gek genoeg gaat dat vrij automatisch. Een twaalfjarige zal zich niet overdonderd voelen door sociale media. Dat komt omdat hij of zij al gewend is om informatie op die manier te consumeren. Hij of zij is opgegroeid in die wereld en heeft zo geleerd om te gaan met die veelheid aan informatie. Kinderen van twaalf hebben al een filter gecreëerd.”

Geldt dat ook voor mensen die wat ouder zijn? Voor mensen die minder opgegroeid zijn met deze nieuwe technologieën? Kunnen zij ook zo’n filter creëren?
“Absoluut. Uit onderzoek blijkt dat ook de hersenen van mensen van 60 of 70 zich nog heel goed kunnen aanpassen. Groepen proefpersonen die nog nooit internet hebben gebruikt kunnen zich nog steeds aanpassen. Dat duurt zelfs maar een dag of zeven. En dat terwijl onze hersenen eigenlijk niet eens zijn ontwikkeld om deze dingen te kunnen. We zijn ook niet geboren om te lezen. Dat leren we onszelf. Daarvoor kapen we eigenlijk een stukje van onze hersenen dat we normaal gebruiken om objecten en symbolen te herkennen. We leren dit stukje hersenen zo te gebruiken dat we woorden kunnen lezen. En zo werkt dat ook met het leren gebruiken van nieuwe technieken.”

In uw boek beschrijft u een toekomstbeeld: internet zal overal zijn en alles komt met elkaar in verbinding te staan. Zo zou je sokkenla je bijvoorbeeld een sms kunnen versturen als je schone sokken opraken. Is dat niet ver gezocht?
“Kijk, internet is nu nog lang niet overal. We staan wat dat betreft nog aan het begin van de mogelijkheden. Maar over tien jaar zal het denk ik wél overal zijn. In je schoenen, je T-shirts, je koffiemokken. Alles zal met elkaar verbonden zijn op manieren waarvan we nu nog niet eens durven dromen. Je kunt het wat dat betreft wel vergelijken met de opkomst van elektriciteit. Toen elektriciteit voor het eerst beschikbaar kwam, gebruikten mensen het alleen maar om het licht aan te doen. Maar nu kunnen zelfs auto’s erop rijden. Zo was internet in eerste instantie slechts een manier om computers met elkaar te laten communiceren. Maar nu komt het stukje bij beetje in steeds meer aspecten van ons leven terug. Of mensen dit zullen gaan accepteren, ligt wel heel erg aan de manier waarop het wordt gedaan. Als de consument genoeg controle kan uitoefenen, zal hij uiteindelijk niet bang zijn voor zo’n nieuwe technologie. Nu is het nog zo dat Facebook, Apple, Google en veel andere technologiebedrijven controle hebben over je data. Dat gaat de komende jaren veranderen. Ik denk dat de industrie zichzelf zal reguleren. Als dat gebeurt, zullen mensen minder problemen hebben met het accepteren van nieuwe technieken als deze. Ze zullen het gaan ervaren als handig.”

De ontwikkelingen gaan almaar sneller. Is het dan niet logisch dat mensen daar angstig door worden? Komt de toekomst die u schetst niet te snel op ons af?
“Ben je bang voor alles in je leven dat op elektriciteit werkt? Natuurlijk niet. En zo zal dat ook gaan met nieuwe technologieën en internet. De veranderingen zullen zo snel gaan als ze gaan. De maatschappij verandert in principe met dezelfde snelheid, maar als mensen niet klaar zijn voor een verandering, gebeurt hij niet. Zodra mensen het nut van een verandering inzien, laat die zich niet meer tegenhouden. De vergelijking met elektriciteit gaat ook hier weer op. Iets nieuws ziet er in het begin misschien eng uit, maar als je het uiteindelijk in je handen hebt, valt het wel mee.”

Dus wat u eigenlijk zegt is dat alle nieuwe technologie gewoontegoed zal worden. Zelfs al lijkt een nieuwe techniek nu misschien nog te groot, te moeilijk, te gevaarlijk of te eng.
“Inderdaad. En dat gaat sneller dan je denkt. Kijk maar eens hoe snel smartphones zijn geaccepteerd in de maatschappij. En die zijn pas vier jaar oud; de iPhone kwam in 2007 op de markt. Nu hebben heel veel mensen een smartphone die met alles verbonden is. Ik herinner me nog goed dat mensen steil achterover sloegen toen ik hen mijn eerste smartphone liet zien. Nu halen ze de schouders op en zeggen ze: ‘Ach, het is gewoon een soort iPhone.’ Nieuwe technologie gaat als vanzelf onderdeel uit maken van ons leven.”

Ter verdieping

Wie is Nick Bilton
Nick Bilton (1976) is technologiejournalist voor The New York Times. In zijn werk schrijft hij onder andere over de manier waarop nieuwe technologische ontwikkelingen de toekomst zullen veranderen. Bilton werkt momenteel bij The New York Times ook mee aan de ontwikkeling van nieuwe technieken om informatie aan te bieden aan de lezers, zoals datavisualisatie, de iPad-app Times Reader 2.0 en print-to-mobile sms. Daarnaast geeft hij met enige regelmaat colleges over interactieve telecommunicatie aan de universiteit van new York en spreekt hij wereldwijd op grote technologie- en uitgeversbeurzen. Hij hoopt in de toekomst ooit eigenaar te worden van een robot en heeft een hond met de naam Pixel.

Dit artikel verscheen eerder in kijk